DE TOEGANGSPOORT TOT HET KONINKRIJK
“Zalig zijn de armen van geest.”
Mattheüs 5:3
Pas ervoor op Onze Heer allereerst als Leraar te plaatsen. Als Jezus Christus alleen een Leraar is, kan Hij niets anders doen dan mij tergen door een maatstaf op te richten die ik niet kan bereiken. Wat heeft het voor zin mij een ideaal voor te houden dat ik onmogelijk ook maar kan benaderen? Ik ben gelukkiger als ik het niet ken. Wat is het nut ervan mij te zeggen dat ik moet zijn wat ik nooit kan zijn — rein van hart, meer doen dan mijn plicht, volmaakt aan God toegewijd? Ik moet Jezus Christus als Verlosser kennen voordat Zijn onderwijs voor mij een andere betekenis heeft dan die van een ideaal dat tot wanhoop leidt. Maar wanneer ik uit de Geest van God wedergeboren ben, weet ik dat Jezus Christus niet alleen kwam om te onderwijzen: Hij kwam om mij te maken tot wat Hij onderwijst dat ik moet zijn. De Verlossing betekent dat Jezus Christus in ieder mens de aard kan leggen die Zijn eigen leven beheerste, en alle maatstaven die God geeft zijn op die aard gegrond.
Het onderwijs van de Bergrede brengt in de natuurlijke mens wanhoop voort — precies wat Jezus ermee beoogt. Zolang wij het eigengerechtige, verwaande denkbeeld hebben dat wij het onderwijs van Onze Heer kunnen uitvoeren, zal God ons laten voortgaan totdat wij onze onwetendheid op een of ander obstakel breken; dan zijn wij gewillig als berooiden tot Hem te komen en van Hem te ontvangen. "Zalig zijn de berooiden van geest"; dat is het eerste beginsel in het Koninkrijk van God. De rotsbodem in het Koninkrijk van Jezus Christus is armoede, niet bezit; geen beslissingen voor Jezus Christus, maar een besef van absolute vergeefsheid: ik kan niet eens beginnen het te doen. Dan zegt Jezus: zalig bent u. Dat is de ingang, en het duurt werkelijk lang voordat wij geloven dat wij arm zijn! De kennis van onze eigen armoede brengt ons naar de zedelijke grens waar Jezus Christus werkt.