AFHANKELIJK VAN GODS TEGENWOORDIGHEID
“Wie de Heer verwachten ... zullen wandelen en niet bezwijken.”
Jesaja 40:31
Er is geen verrukking in wandelen; het is de toets van alle bestendige hoedanigheden. "Wandelen en niet bezwijken" is het hoogst mogelijke bereik van kracht. Het woord "wandelen" wordt in de Bijbel gebruikt om het karakter uit te drukken: "Johannes zag Jezus wandelen en zei: Zie, het Lam van God!" Er is in de Bijbel nooit iets abstracts; het is altijd levendig en werkelijk. God zegt niet: wees geestelijk, maar: "Wandel voor Mijn aangezicht."
Wanneer wij lichamelijk of gevoelsmatig in een ongezonde toestand zijn, willen wij altijd verrukkingen. Op lichamelijk gebied zal dit leiden tot het namaken van de Heilige Geest; in het gevoelsleven leidt het tot buitensporige genegenheid en de vernietiging van de zedelijkheid; en op geestelijk gebied zal het, als wij erop staan verrukkingen te krijgen en met vleugels op te stijgen, eindigen in de vernietiging van spiritualiteit.
De werkelijkheid van Gods tegenwoordigheid hangt niet af van enige plaats, maar alleen van de vastbeslotenheid de Heer altijd voor ons te stellen. Onze problemen ontstaan wanneer wij weigeren op de werkelijkheid van Zijn tegenwoordigheid te bankieren. De ervaring waarover de psalmist spreekt — "Daarom zullen wij niet vrezen, al ..." — zal de onze zijn zodra wij op Werkelijkheid gegrond zijn; niet het bewustzijn van Gods tegenwoordigheid, maar de werkelijkheid ervan: wel, Hij is hier al die tijd geweest!
Op kritieke ogenblikken is het nodig om leiding te vragen, maar het zou onnodig moeten zijn altijd te zeggen: "O Heer, leid mij hier en daar." Natuurlijk zal Hij dat doen! Als onze beslissingen van gezond verstand niet Zijn ordening zijn, zal Hij erdoorheen dringen en ons tegenhouden; dan moeten wij stil zijn en op de leiding van Zijn tegenwoordigheid wachten.