DE HARTSTOCHT VAN HET GEDULD
“Al vertoeft het, wacht erop.”
Habakuk 2:3
Geduld is geen onverschilligheid; geduld draagt het denkbeeld over van een onmetelijk sterke rots die iedere aanval weerstaat. Het visioen van God is de bron van geduld, omdat het morele bezieling toedeelt. Mozes volhardde niet omdat hij een ideaal van recht en plicht had, maar omdat hij een visioen van God had. Hij "volhardde als ziende Hem Die onzichtbaar is". Een mens met het visioen van God is niet toegewijd aan een zaak of aan een bepaalde kwestie; hij is toegewijd aan God Zelf. U weet altijd dat het visioen van God afkomstig is door de bezieling die ermee komt; de dingen komen met ruimheid en versterking voor het leven, omdat alles door God kracht ontvangt. Als God u geestelijk een tijd van verzoeking in de woestijn geeft, zoals Hij die Zijn Zoon daadwerkelijk gaf, zonder ook maar enig woord van Hemzelf, volhard dan; de kracht om te volharden is aanwezig omdat u God ziet.
"Al vertoeft het, wacht erop." Het bewijs dat wij het visioen hebben, is dat wij reiken naar meer dan wij hebben gegrepen. Het is slecht geestelijk voldaan te zijn. "Wat zal ik de Heer vergelden?" zei de psalmist. "Ik zal de beker van de redding nemen." We zijn geneigd om voldoening in onszelf te zoeken: "Nu heb ik het; nu ben ik geheel geheiligd; nu kan ik volharden." Onmiddellijk zijn wij op weg naar de ondergang. Ons reiken moet verder gaan dan ons grijpen. "Niet dat ik het reeds verkregen zou hebben of reeds volmaakt zou zijn." Als wij alleen hebben wat wij hebben ervaren, hebben wij niets; als wij de bezieling van het visioen van God hebben, hebben wij meer dan wij kunnen ervaren. Pas op voor het gevaar van geestelijke verslapping.