INZICHT, GEEN EMOTIE
“Ik moet mijn leven in geloof leiden, zonder Hem te zien.”
2 Korinthiërs 5:7 (MOFFATT)
Een tijdlang zijn wij ons bewust van Gods aandacht, en dan, wanneer God ons begint te gebruiken in Zijn ondernemingen, nemen wij een meelijwekkende uitdrukking aan en spreken wij over de beproevingen en de moeilijkheden, en de gehele tijd probeert God ons onze plicht als onopvallende mensen te doen volbrengen. Niemand van ons zou geestelijk onopvallend zijn als wij er iets aan konden doen. Kunnen wij onze plicht doen als God de hemel heeft gesloten? Sommigen van ons willen altijd verlicht worden door heiligen met gouden halo's en de vloed van inspiratie, en de heiligen van God de hele tijd met ons omgaan. Een heilige met een vergulde rand is van geen nut, hij is abnormaal, ongeschikt voor het dagelijks leven, en helemaal niet zoals God. Wij zijn hier als mannen en vrouwen, niet als halfgevederde engelen, om het werk van de wereld te doen, en om het te doen met een oneindig grotere kracht om het tumult te doorstaan omdat wij van boven geboren zijn.
Als wij proberen de zeldzame ogenblikken van bezieling terug te brengen, is dat een teken dat het niet God is Die wij willen. Wij maken een fetisj van de ogenblikken waarop God werkelijk kwam en sprak, en staan erop dat Hij het opnieuw moet doen, terwijl God wil dat wij "door geloof wandelen". Hoevelen van ons hebben zichzelf als het ware terzijde gelegd en gezegd: "Ik kan niets meer doen totdat God aan mij verschijnt." Dat zal Hij nooit doen; en zonder enige bezieling, zonder enige plotselinge aanraking van God, zullen wij moeten opstaan. Dan komt de verrassing: "Wel, Hij was er aldoor, en ik wist het nooit!" Leef nooit voor de zeldzame ogenblikken; het zijn verrassingen. God zal ons aanrakingen van bezieling geven wanneer Hij ziet dat wij niet gevaar lopen daardoor te worden meegevoerd. Wij mogen onze ogenblikken van bezieling nooit tot onze maatstaf maken; onze maatstaf is onze plicht.