DE WET EN HET EVANGELIE
“Want wie de gehele wet zal houden, en toch op één punt struikelt, is aan alles schuldig”
Jakobus 2:10
De morele wet beschouwt ons in het geheel niet als zwakke menselijke wezens, zij houdt geen rekening met onze erfelijkheid en gebreken, zij eist dat wij volstrekt moreel zijn. De morele wet verandert nooit, noch voor de edelste noch voor de zwakste, zij is eeuwig en blijvend dezelfde. De door God verordende morele wet maakt zichzelf niet zwak voor de zwakken, zij vergoelijkt onze tekortkomingen niet, zij blijft volstrekt voor alle tijd en eeuwigheid. Als wij dit niet beseffen, komt dat doordat wij minder dan levend zijn; zodra wij levend zijn, wordt het leven een tragedie. "Ik leefde eens zonder de wet: maar toen het gebod kwam, leefde de zonde op, en stierf ik." Wanneer wij dit beseffen, overtuigt de Geest van God ons van zonde. Totdat een mens daar komt en ziet dat er geen hoop is, is het Kruis van Jezus Christus voor hem een klucht. Overtuiging van zonde brengt altijd een vreeswekkend bindend besef van de wet, zij maakt een mens hopeloos — "verkocht onder de zonde." Ik, een schuldige zondaar, kan nooit recht met God komen, dat is onmogelijk. Er is slechts één weg waarop ik recht met God kan komen, en dat is door de Dood van Jezus Christus. Ik moet mij ontdoen van het verscholen idee dat ik ooit recht met God kan komen vanwege mijn gehoorzaamheid — wie van ons zou God ooit tot volstrekte volmaaktheid kunnen gehoorzamen!
Wij beseffen de macht van de morele wet alleen wanneer zij komt met een "als." God dwingt ons nooit. In de ene stemming wensen wij dat Hij ons zou dwingen het ding te doen, en in een andere stemming wensen wij dat Hij ons met rust zou laten. Telkens wanneer Gods wil de overhand heeft, is alle dwang verdwenen. Wanneer wij opzettelijk kiezen Hem te gehoorzamen, zal Hij de verste ster en de laatste zandkorrel belasten om ons met al Zijn almachtige macht bij te staan.