GEMEENSCHAP IN HET EVANGELIE
“Medearbeider in het Evangelie van Christus.”
1 Tessalonicenzen 3:2
Na de heiliging is het moeilijk te zeggen wat uw doel in het leven is, omdat God u door de Heilige Geest in Zijn doel heeft opgenomen. Hij gebruikt u nu voor Zijn doeleinden over de gehele wereld, zoals Hij Zijn Zoon gebruikte voor het doel van onze redding. Als u grote dingen voor uzelf zoekt — God heeft mij voor dit en dat geroepen — plaatst u een barrière voor Gods gebruik van u. Zolang u een persoonlijk belang in uw eigen karakter of enige vaste eerzucht hebt, kunt u niet doordringen tot vereenzelviging met Gods belangen. U kunt daar alleen komen door ieder denkbeeld van uzelf voorgoed te verliezen en God u regelrecht Zijn doel voor de wereld in te laten voeren; en omdat uw gangen uit de Heer zijn, kunt u uw wegen nooit verstaan.
Ik moet leren dat het doel in het leven van God is, niet van mij. God gebruikt mij vanuit Zijn grote persoonlijke standpunt, en alles wat Hij van mij vraagt is dat ik Hem vertrouw en nooit zeg: "Heer, dit bezorgt mij zoveel hartzeer." Zo spreken maakt mij tot een belemmering. Wanneer ik ophoud God te zeggen wat ik wil, kan Hij mij zonder beletsel of hinder opnemen voor wat Hij wil. Hij kan mij verfrommelen of verheffen; Hij kan alles doen wat Hij verkiest. Hij vraagt mij eenvoudig onvoorwaardelijk geloof in Hemzelf en in Zijn goedheid te hebben. Zelfmedelijden is uit de duivel; als ik die lijn volg, kan God mij niet voor Zijn doel in de wereld gebruiken. Ik heb "een wereld binnen de wereld" waarin ik leef, en God zal mij daar nooit buiten kunnen krijgen omdat ik bang ben door de vorst gebeten te worden.