IS GODS WIL MIJN WIL?
“Dit is de wil van God, namelijk uw heiliging.”
1 Tessalonicenzen 4:3
Het is niet de vraag of God gewillig is mij te heiligen; is het mijn wil? Ben ik gewillig God in mij alles te laten doen wat door de Verzoening mogelijk is gemaakt? Ben ik gewillig Jezus voor mij tot heiliging te laten worden en het leven van Jezus in mijn sterfelijke vlees geopenbaard te laten worden? Pas ervoor op te zeggen: "O, ik verlang ernaar geheiligd te worden." Dat doet u niet; houd op met verlangen en maak het tot een transactie — "Niets in mijn handen breng ik mee." Ontvang Jezus Christus in onvoorwaardelijk geloof om voor u tot heiliging te worden, en het grote wonder van de Verzoening van Jezus zal in u werkelijk worden gemaakt. Alles wat Jezus mogelijk heeft gemaakt, wordt het mijne door de vrije, liefdevolle gave van God op grond van wat Hij heeft volbracht. Mijn houding als geredde en geheiligde ziel is die van diepe, nederige heiligheid — trotse heiligheid bestaat niet — een heiligheid die gegrond is op folterend berouw en een besef van onuitsprekelijke schaamte en vernedering; en ook op het verbazingwekkende besef dat Gods liefde zich jegens mij bewees doordat Hij, terwijl ik in het geheel niet om Hem gaf, alles voor mijn redding en heiliging voltooide (zie Romeinen 5:8, RV). Geen wonder dat Paulus zegt dat niets "ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die in Christus Jezus onze Heer is".
Heiliging maakt mij één met Jezus Christus en in Hem één met God, en zij wordt alleen door de verheven Verzoening van Christus tot stand gebracht. Stel het gevolg nooit als de oorzaak. Het gevolg in mij is gehoorzaamheid en dienst en gebed, en het is de uitkomst van woordeloze dank en aanbidding voor de wonderbare heiliging die wegens de Verzoening in mij is bewerkt.