IN GODS PAS KOMEN
“Henoch wandelde met God.”
Genesis 5:24
De toets van het godsdienstige leven en karakter van een mens is niet wat hij in de uitzonderlijke ogenblikken van het leven doet, maar wat hij in de gewone tijden doet, wanneer er niets ontzagwekkends of opwindends gaande is. De waarde van een mens wordt geopenbaard in zijn houding tegenover gewone dingen wanneer hij niet voor het voetlicht staat (vgl. Johannes 1:36). Het is een pijnlijke zaak om tot in Gods pas door te breken; het betekent geestelijk uw tweede adem krijgen. Bij het leren met God te wandelen is er altijd de moeilijkheid in Zijn pas te komen; maar wanneer wij daarin zijn gekomen, is het leven van God het enige kenmerk dat zich openbaart. De afzonderlijke mens verdwijnt uit het zicht in zijn persoonlijke vereniging met God, en alleen Gods pas en Gods macht worden geopenbaard.
Het is moeilijk met God in de pas te komen, omdat wij, wanneer wij met Hem beginnen te wandelen, ontdekken dat Hij ons al vóór onze derde stap is vooruitgelopen. Hij heeft andere wijzen om dingen te doen, en wij moeten in Zijn wijzen worden geoefend en gedisciplineerd. Van Jezus werd gezegd: "Hij zal niet falen en niet ontmoedigd worden", omdat Hij nooit vanuit Zijn eigen afzonderlijke standpunt werkte, maar altijd vanuit het standpunt van Zijn Vader; en wij moeten leren hetzelfde te doen. Geestelijke waarheid wordt door atmosfeer geleerd, niet door verstandelijke redenering. Gods Geest verandert de atmosfeer van onze wijze van kijken naar de dingen, en dingen die tevoren nooit mogelijk waren beginnen mogelijk te worden. In Gods pas komen betekent niets minder dan vereniging met Hemzelf. Het kost veel tijd daar te komen, maar blijf ermee bezig. Geef het niet op omdat de pijn juist nu hevig is; ga ermee door, en weldra zult u ontdekken dat u een nieuw visioen en een nieuw doel hebt.