VERZOENDMAKING[1]
“Want Hij heeft Hem Die geen zonde kende voor ons, tot zonde gemaakt; opdat wij in Hem tot Gods gerechtigheid gemaakt zouden worden.”
2 Korinthiërs 5:21
Zonde is een fundamentele verhouding; zij is niet verkeerd-doen, zij is verkeerd-zijn, opzettelijke en nadrukkelijke onafhankelijkheid van God. De christelijke godsdienst grondt alles op de positieve, radicale natuur van de zonde. Andere godsdiensten handelen over zonden; alleen de Bijbel handelt over zonde. Het eerste ding dat Jezus Christus in mensen onder ogen zag was de erfelijkheid van de zonde, en doordat wij dit in onze voorstelling van het Evangelie hebben genegeerd heeft de boodschap van het Evangelie haar angel en haar ontploffingskracht verloren.
De openbaring van de Bijbel is niet dat Jezus Christus onze vleselijke zonden op Zich nam, maar dat Hij de erfelijkheid van de zonde op Zich nam waaraan geen mens kan raken. God maakte Zijn eigen Zoon tot zonde opdat Hij de zondaar tot een heilige kon maken. Door de gehele Bijbel heen wordt geopenbaard dat Onze Heer de zonde van de wereld door vereenzelviging droeg, niet door medeleven. Hij nam opzettelijk op Zijn eigen schouders, en droeg in Zijn eigen Persoon, de gehele opeengehoopte zonde van het menselijke ras — "Hij heeft Hem Die geen zonde kende voor ons, tot zonde gemaakt," en door dat te doen plaatste Hij het gehele menselijke ras op basis van de Verlossing. Jezus Christus rehabiliteerde het menselijke ras; Hij bracht het terug naar waar God het ontworpen had, en iedereen kan de vereniging met God binnengaan op grond van wat Onze Heer aan het Kruis heeft gedaan.
Een mens kan zichzelf niet verlossen; Verlossing is Gods "aandeel," zij is absoluut voleindigd en volledig; haar betrekking op afzonderlijke mensen is een kwestie van hun afzonderlijke handelen. Er moet altijd onderscheid worden gemaakt tussen de openbaring van de Verlossing en de bewuste ervaring van redding in het leven van een mens.