"IK INDERDAAD... MAAR HIJ"
“Ik doop u inderdaad met water... maar Hij zal u dopen met de Heilige Geest en vuur.”
Mattheüs 3:11
Ben ik ooit in mijn ervaring op een plaats gekomen waar ik kan zeggen — "Ik inderdaad — maar Hij"? Totdat dat ogenblik komt, zal ik nooit weten wat de doop van de Heilige Geest betekent. Ik ben inderdaad aan een eind, ik kan geen ding doen: maar Hij begint juist daar — Hij doet de dingen die niemand anders ooit kan doen. Ben ik gereed voor Zijn komst? Jezus kan niet komen zolang er iets in de weg staat hetzij goedheid hetzij slechtheid. Wanneer Hij komt ben ik dan bereid Hem ieder verkeerd ding dat ik heb gedaan in het licht te laten slepen? Juist daar komt Hij. Overal waar ik weet dat ik onrein ben, zal Hij Zijn voeten zetten; overal waar ik denk dat ik rein ben, zal Hij ze terugtrekken.
Bekering brengt geen besef van zonde, maar een besef van onuitsprekelijke onwaardigheid. Wanneer ik mij bekeer, besef ik dat ik volkomen hulpeloos ben; ik weet door mijn gehele wezen heen dat ik zelfs niet waardig ben Zijn schoenen te dragen. Heb ik mij zo bekeerd? Of blijft er een zweem van voor mijzelf opkomen? God kan niet in mijn leven komen omdat ik nog niet tot in de bekering ben doorgebroken.
"Hij zal u dopen met de Heilige Geest en vuur." Johannes spreekt niet over de doop van de Heilige Geest als een ervaring, maar als een werk dat door Jezus Christus wordt verricht. "Hij zal u dopen." De enige bewuste ervaring die zij die met de Heilige Geest gedoopt zijn ooit hebben is een besef van absolute onwaardigheid.
Ik inderdaad was dit en dat; maar Hij kwam, en er gebeurde een wonderbaarlijk ding. Ga tot aan de rand waar Hij alles doet.