DE VOORWAARDEN VAN DISCIPELSCHAP
“Als iemand tot Mij komt en niet haat ... kan hij Mijn discipel niet zijn.”
Lukas 14:26, ook 27, 33
Als de nauwste verhoudingen van het leven botsen met de aanspraken van Jezus Christus, zegt Hij dat er onmiddellijke gehoorzaamheid aan Hemzelf moet zijn. Discipelschap betekent persoonlijke, hartstochtelijke toewijding aan een Persoon, onze Heer Jezus Christus. Er is verschil tussen toewijding aan een Persoon en toewijding aan beginselen of aan een zaak. Onze Heer verkondigde nooit een zaak; Hij verkondigde persoonlijke toewijding aan Hemzelf. Een discipel zijn is een toegewijde liefdesslaaf van de Heer Jezus zijn. Velen van ons die zich christenen noemen, zijn niet aan Jezus Christus toegewijd. Geen mens op aarde bezit deze hartstochtelijke liefde tot de Heer Jezus tenzij de Heilige Geest haar hem heeft toegedeeld. Wij kunnen Hem bewonderen, wij kunnen Hem respecteren en eerbiedigen, maar wij kunnen Hem niet liefhebben. De enige Liefhebber van de Heer Jezus is de Heilige Geest, en Hij stort de liefde van God zelf uit in onze harten. Telkens wanneer de Heilige Geest een gelegenheid ziet Jezus te verheerlijken, zal Hij uw hart, uw zenuwen, uw gehele persoonlijkheid nemen en u eenvoudig laten vlammen en gloeien van toewijding aan Jezus Christus.
Het christelijke leven draagt het stempel van ‘zedelijke spontane oorspronkelijkheid’; bijgevolg staat de discipel bloot aan hetzelfde verwijt als Jezus Christus, namelijk dat van inconsistentie. Maar Jezus Christus was altijd consistent jegens God, en de christen moet consistent zijn jegens het leven van de Zoon van God in hem, niet jegens harde en vaste geloofsovertuigingen (en geloofsbelijdenissen). Mensen gieten zichzelf in geloofsovertuigingen (en geloofsbelijdenissen), en God moet hen uit hun vooroordelen wegblazen voordat zij aan Jezus Christus toegewijd kunnen worden.