GODS SPREKEN
“Hij heeft gezegd... zodat wij vrijmoedig mogen zeggen...”
Hebreeën 13:5-6
Mijn spreken moet op Gods spreken worden gebouwd. God zegt: "Ik zal u nooit verlaten"; dan kan ik met goede moed zeggen: "De Heer is mijn Helper, ik zal niet vrezen." Ik zal niet door bange verwachting worden achtervolgd. Dit betekent niet dat ik niet verzocht zal worden te vrezen, maar ik zal Gods spreken gedenken. Ik zal vol moed zijn, zoals een kind dat "zichzelf moed inpraat" om de maatstaf te bereiken die zijn vader verlangt. Het geloof van menigeen wankelt wanneer de onheilsverwachtingen komen; zij vergeten de betekenis van Gods spreken, vergeten geestelijk diep adem te halen. De enige manier waarop de vrees uit ons wordt weggenomen, is naar Gods spreken te luisteren.
Waar ziet u tegenop? U bent er niet laf over; u gaat het onder ogen zien, maar er is een gevoel van vrees. Wanneer niets en niemand u kan helpen, zeg dan: "Maar de Heer is mijn Helper, op dit ogenblik, in mijn huidige vooruitzicht." Leert u dingen te zeggen nadat u naar God hebt geluisterd, of zegt u dingen en probeert u Gods Woord erin te laten passen? Grijp het spreken van de Vader vast en zeg dan met goede moed: "Ik zal niet vrezen." Het doet er niet toe welk kwaad of onrecht er op de weg mag liggen; Hij heeft gezegd: "Ik zal u nooit verlaten."
Broosheid is iets anders dat tussen Gods spreken en het onze komt. Wanneer wij beseffen hoe broos wij zijn bij het onder ogen zien van moeilijkheden, worden de moeilijkheden als reuzen, worden wij als sprinkhanen en wordt God een nietigheid. Gedenk Gods spreken: "Ik zal u geenszins begeven." Hebben wij leren zingen nadat wij Gods grondtoon hebben gehoord? Zijn wij altijd vervuld van de moed om te zeggen: "De Heer is mijn Helper", of bezwijken wij?