DE NOOIT FALENDE GOD
“Want Hij heeft gezegd, Ik zal u nooit verlaten, noch u in de steek laten.”
Hebreeën 13:5
Welke lijn neemt mijn denken? Wendt het zich tot wat God zegt of tot wat ik vrees? Leer ik niet te zeggen wat God zegt, maar iets te zeggen nadat ik heb gehoord wat Hij zegt? "Want Hij heeft gezegd, Ik zal u nooit verlaten, noch u in de steek laten. Zodat wij moedig kunnen zeggen, De Heer is mijn helper, en ik zal niet vrezen wat de mens mij zal doen."
"Ik zal u geenszins begeven" — ondanks al mijn zonde en zelfzucht en koppigheid en eigenzinnigheid. Heb ik God werkelijk tot mij laten zeggen dat Hij mij nooit zal begeven? Als ik naar dit spreken van God heb geluisterd, laat mij dan opnieuw luisteren.
"Ook zal Ik u geenszins verlaten." Soms zijn het niet moeilijkheden die mij doen denken dat God mij zal verlaten, maar sleurwerk. Er is geen Heuvel Moeilijkheid te beklimmen, geen visioen gegeven, niets wonderbaarlijks of moois, slechts het alledaagse dag in dag uit — kan ik in deze dingen Gods spreken horen?
Wij hebben het idee dat God een uitzonderlijk ding gaat doen, dat Hij ons voorbereidt en toerust voor een buitengewoon ding later, maar naarmate wij in genade voortgaan ontdekken wij dat God Zichzelf hier en nu, in de huidige minuut verheerlijkt. Als wij Gods spreken achter ons hebben, komt de verbazingwekkendste kracht, en leren wij zingen in de gewone dagen en wegen.