WAT WILT U DAT DE HEER VOOR U DOET?
“Heer, dat ik mijn gezichtsvermogen mag ontvangen.”
Lukas 18:41
Wat is het ding dat u niet alleen verstoort maar u tot een verstoring maakt? Het is altijd een ding waarmee u zelf niet kunt afrekenen. "Zij berispten hem dat hij zwijgen zou... maar hij riep des te meer." Volhard in de verstoring totdat u oog in oog komt te staan met de Heer Zelf; vergoddelijk het gezonde verstand niet. Wanneer Jezus ons vraagt wat wij willen dat Hij voor ons doet met betrekking tot het ongelooflijke ding dat wij onder ogen zien, onthoud dan dat Hij niet op gezondverstandswijzen werkt, maar op bovennatuurlijke wijzen.
Let erop hoe wij de Heer beperken door ons te herinneren wat wij Hem in het verleden voor ons hebben laten doen: daar heb ik altijd gefaald, en dat zal ik altijd blijven doen; bijgevolg vragen wij niet om wat wij willen. "Het is belachelijk God te vragen dit te doen." Als het een onmogelijkheid is, is het juist het ding waarom wij moeten vragen. Als het geen onmogelijk ding is, is het geen werkelijke verstoring. God zal het volstrekt onmogelijke doen.
Deze man ontving zijn gezichtsvermogen. Het voor u onmogelijkste is dat u zo met de Heer vereenzelvigd zou worden dat er geen ding van het oude leven overblijft. Hij zal het doen als u Hem erom vraagt. Maar u moet op het punt komen waarop u gelooft dat Hij Almachtig is. Het geloof rust niet in wat Jezus zegt maar in Hemzelf; als wij alleen kijken naar wat Hij zegt zullen wij nooit geloven. Zodra wij Jezus zien, doet Hij het onmogelijke ding even natuurlijk als ademhalen. Onze smart komt door de moedwillige stompzinnigheid van ons eigen hart. Wij willen niet geloven, wij willen niet de landvast[1] doorsnijden, wij blijven liever voorttobben.