DE ROEPING VAN GOD
“Want Christus heeft mij niet gezonden om te dopen, maar om het Evangelie te verkondigen.”
1 Korinthiërs 1:17
Paulus stelt hier dat de roeping van God is het Evangelie te verkondigen; maar bedenk wat Paulus met "het Evangelie" bedoelt, namelijk de werkelijkheid van de Verlossing in onze Heer Jezus Christus. We zijn geneigd om heiliging tot het allesbepalende einddoel van onze prediking te maken. Paulus verwijst ter illustratie naar persoonlijke ervaring, nooit als het einddoel van de zaak. Nergens wordt ons opgedragen redding of heiliging te prediken; ons wordt opgedragen Jezus Christus te verhogen (Johannes 12:32). Het is een verdraaiing te zeggen dat Jezus Christus in de Verlossing barensweeën doorstond om mij tot een heilige te maken. Jezus Christus doorstond in de Verlossing barensweeën om de hele wereld te verlossen en haar ongeschonden en hersteld voor de troon van God te plaatsen. Dat wij de Verlossing kunnen ervaren, illustreert de kracht van de werkelijkheid van de Verlossing, maar dat is niet het einddoel van de Verlossing. Als God menselijk was, hoe ziek van hart en vermoeid zou Hij dan zijn van de voortdurende verzoeken die wij doen om onze redding, om onze heiliging. Wij putten Zijn krachten van 's morgens tot 's avonds uit voor dingen voor onszelf - iets waarvan ik bevrijd moet worden! Wanneer wij de rotsbodem van de werkelijkheid van het Evangelie van God raken, zullen wij God nooit meer lastigvallen met kleine persoonlijke klachten.
De ene hartstocht van Paulus' leven was het Evangelie van God te verkondigen. Hij verwelkomde hartzeer, ontgoochelingen en verdrukking om slechts één reden: omdat deze dingen hem in onwankelbare toewijding aan het Evangelie van God hielden.