BENT U OOIT ALLEEN GEWEEST MET GOD?
“Toen Hij alleen was vroegen de twaalf... Hem...”
Marcus 4:10
Zijn alleen-zijn met ons.
Wanneer God ons door verdrukking, hartzeer, of verzoeking alleen krijgt, door teleurstelling, ziekte, of gedwarsboomde genegenheid, door een verbroken vriendschap, of door een nieuwe vriendschap — wanneer Hij ons volkomen alleen krijgt, en wij met stomheid geslagen zijn, en geen enkele vraag kunnen stellen, dan begint Hij uitleg te geven. Let op de training van de twaalf door Jezus Christus. Het waren de discipelen, niet de menigte daarbuiten, die verbijsterd waren. Zij stelden Hem voortdurend vragen, en Hij legde hun voortdurend dingen uit; maar zij begrepen het pas nadat zij de Heilige Geest hadden ontvangen (zie Johannes 14:26).
Als u met God verdergaat, is het enige ding dat u duidelijk wordt, en het enige ding dat God duidelijk wil maken, de wijze waarop Hij met uw eigen ziel omgaat. Het verdriet en de verbijstering van uw broeder zijn voor u volkomen onbegrijpelijk. Wij menen te begrijpen waar de andere persoon zich bevindt, totdat God ons een dosis van de plaag van ons eigen hart geeft. In ieder van ons moeten door de Heilige Geest hele gebieden van koppigheid en onwetendheid worden blootgelegd, en dat kan alleen wanneer Jezus ons alleen krijgt. Zijn wij nu alleen met Hem, of worden wij in beslag genomen door kleine pietluttige denkbeelden, pietluttige kameraadschappen in Gods dienst, en pietluttige ideeën over ons lichaam? Jezus kan niets uitleggen totdat wij alle rumoerige vragen van het verstand achter ons hebben gelaten en alleen met Hem zijn.