DE TREKKING VAN DE VADER
“Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader Die Mij gezonden heeft hem trekt.”
Johannes 6:44
Wanneer God mij trekt, komt de kwestie van mijn wil onmiddellijk binnen — zal ik reageren op de openbaring die God geeft — zal ik tot Hem komen? Bespreking van geestelijke zaken is aanmatiging. Ga nooit met iemand in discussie wanneer God spreekt. Geloof is geen intellectuele daad; geloof is een morele daad waardoor ik mij opzettelijk committeer. Zal ik mij volstrekt op God neerkwakken en een transactie aangaan op grond van wat Hij zegt? Als ik dat wil, zal ik ontdekken dat ik gebaseerd ben op de Werkelijkheid die zo zeker is als Gods troon.
Bij de prediking van het Evangelie, drijf altijd een kwestie van de wil naar voren. Geloof moet de wil zijn om te geloven. Er moet een overgave van de wil zijn, geen overgave aan overtuigingskracht, een opzettelijk uitvaren op God en op wat Hij zegt totdat ik niet langer vertrouwen heb in wat ik heb gedaan, maar alleen in God. De belemmering is dat ik God niet wil vertrouwen, maar alleen mijn mentale begrip. Wat gevoelens betreft, moet ik alles blind inzetten. Ik moet willen geloven, en dit kan nooit worden gedaan zonder een gewelddadige inspanning van mijn kant om mij van mijn oude wijzen van naar dingen kijken los te maken, en door mijzelf geheel op Hem over te zetten.
Ieder mens is gemaakt om buiten zijn greep te reiken. Het is God Die mij trekt, en mijn verhouding tot Hem is in de eerste plaats een persoonlijke, niet een intellectuele. Ik word door het wonder van God en mijn eigen wil om te geloven in de verhouding binnengeleid, daarna begin ik een intelligente waardering en een intelligent begrip van het wonder van de transactie te verkrijgen.