BEKERING
“Want droefheid naar God bewerkt bekering tot redding.”
2 Korinthiërs 7:10
Overtuiging van zonde wordt het best weergegeven in de woorden —
"Mijn zonden, mijn zonden, mijn Heiland, Hoe droevig vallen zij op U."
Overtuiging van zonde is een van de zeldzaamste dingen die een mens ooit treffen. Zij is de drempel tot begrip van God. Jezus Christus zei dat de Heilige Geest wanneer Hij kwam van zonde zou overtuigen, en wanneer de Heilige Geest het geweten van een mens wakker schudt en hem in de tegenwoordigheid van God brengt, is het niet zijn verhouding tot mensen die hem verontrust, maar zijn verhouding tot God — "tegen U, U alleen, heb ik gezondigd, en dit kwaad in Uw ogen gedaan." De wonderen van overtuiging van zonde, vergeving, en heiligheid zijn zo dooreengeweven dat alleen de vergeven mens de heilige mens is, hij bewijst dat hij vergeven is doordat hij het tegendeel is van wat hij was, door Gods genade. Bekering brengt een mens altijd tot dit punt: ik heb gezondigd. Het zekerste teken dat God aan het werk is is wanneer een mens dat zegt en het meent. Alles wat minder is dan dit is wroeging omdat hij blunders heeft gemaakt, de reflexwerking van afkeer van zichzelf.
De ingang tot het Koninkrijk loopt door de schrijnende pijnen van bekering die tegen de respectabele goedheid van een mens aanbotsen; dan begint de Heilige Geest, Die deze smarten voortbrengt, de vorming van de Zoon van God in het leven. Het nieuwe leven zal zich openbaren in bewuste bekering en onbewuste heiligheid, nooit andersom. De rotsbodem van het christendom is bekering. Strikt genomen, kan een mens zich niet bekeren wanneer hij dat kiest; bekering is een gave van God. De oude puriteinen baden om "de gave van tranen." Als u ooit ophoudt de kracht van bekering te kennen, bent u in duisternis. Onderzoek uzelf en zie of u vergeten bent hoe u bedroefd moet zijn.