DE TEMPEL VAN DE HEILIGE GEEST
“Alleen wat de troon betreft zal ik groter zijn dan u.”
Genesis 41:40
Ik moet tegenover God rekenschap afleggen van de wijze waarop ik mijn lichaam onder Zijn overheersing regeer. Paulus zei dat hij "de genade van God" niet verijdelde — haar niet krachteloos maakte. De genade van God is volstrekt, de redding van Jezus is volmaakt, zij is voor eeuwig volbracht. Ik word niet gered; ik ben gered. Redding is zo eeuwig als Gods troon. Wat ik moet doen, is uitwerken wat God inwerkt. "Werk uw eigen redding uit"; ik ben ervoor verantwoordelijk dit te doen. Het betekent dat ik in dit lichaam het leven van de Heer Jezus moet openbaren, niet mystiek maar werkelijk en nadrukkelijk. "Ik houd mijn lichaam eronder en breng het tot onderwerping." Iedere heilige kan zijn lichaam onder volstrekte beheersing voor God hebben. God heeft ons gemaakt om heerschappij te hebben over de gehele tempel van de Heilige Geest, over verbeeldingen en genegenheden. Wij zijn daarvoor verantwoordelijk en mogen nooit toegeven aan buitensporige genegenheden. De meesten van ons zijn veel strenger voor anderen dan wij ten aanzien van onszelf zijn; wij verontschuldigen dingen in onszelf terwijl wij in anderen dingen veroordelen waartoe wij van nature niet geneigd zijn.
"Ik smeek u", zegt Paulus, "stel uw lichamen tot een levend offer." Het punt dat moet worden beslist is dit: "Stem ik met mijn Heer en Meester overeen dat mijn lichaam Zijn tempel zal zijn?" Zo ja, dan wordt voor mij de gehele wet voor het lichaam samengevat in deze openbaring: dat mijn lichaam de tempel van de Heilige Geest is.