DE OVERVLOED VAN DE BEROOIDE
“Om niet gerechtvaardigd door Zijn genade ...”
Romeinen 3:24
Het Evangelie van Gods genade wekt in menselijke zielen een intens verlangen en een even intense weerzin, omdat de openbaring die het brengt niet smakelijk is. Er is een bepaalde trots in de mens die wil geven en geven, maar komen en aannemen is iets anders. Ik wil mijn leven aan martelaarschap geven, ik wil mijzelf in wijding geven, ik wil alles doen; maar verneder mij niet tot het niveau van de meest helverdienende zondaar en zeg mij niet dat alles wat ik moet doen is de gave van redding door Jezus Christus aannemen.
Wij moeten beseffen dat wij niets bij God kunnen verdienen of winnen; wij moeten het óf als een gave ontvangen, óf het zonder doen. Geestelijk is de grootste zegen de kennis dat wij berooid zijn; totdat wij daar komen is Onze Heer machteloos. Hij kan niets voor ons doen als wij denken dat wij uit onszelf toereikend zijn; wij moeten Zijn Koninkrijk door de deur van berooiing binnengaan. Zolang wij rijk zijn en iets in de vorm van trots of onafhankelijkheid bezitten, kan God niets voor ons doen. Alleen wanneer wij geestelijk hongerig worden, ontvangen wij de Heilige Geest. De gave van Gods wezenlijke natuur wordt door de Heilige Geest in ons werkzaam gemaakt; Hij deelt ons het levendmakende leven van Jezus toe, dat ‘het gindse’ binnenin plaatst. Zodra ‘het gindse’ binnenin is gekomen, stijgt het op tot ‘het boven’, en wij worden opgeheven tot het gebied waar Jezus leeft (Johannes 3:5).