VRIJHEID VEROVEREN
“Als de Zoon u dan vrijmaakt, zult u werkelijk vrij zijn.”
Johannes 8:36
Als er enig overblijfsel van individuele zelfingenomenheid resteert, zegt het altijd: "Ik kan niet." Persoonlijkheid zegt nooit: "Ik kan niet", maar neemt eenvoudig op en neemt op. Persoonlijkheid wil altijd meer en meer. Zo zijn wij gebouwd. Wij zijn ontworpen met een groot vermogen voor God; en zonde en onze individualiteit zijn de dingen die ons verhinderen tot God te komen. God bevrijdt ons van zonde; wij moeten onszelf van individualiteit bevrijden, dat wil zeggen ons natuurlijke leven aan God aanbieden en het offeren totdat het door gehoorzaamheid tot een geestelijk leven wordt omgevormd.
God schenkt bij de ontwikkeling van ons geestelijke leven geen aandacht aan onze natuurlijke individualiteit. Zijn orde loopt lijnrecht dwars door het natuurlijke leven heen, en wij moeten erop toezien dat wij God helpen en bijstaan, niet tegenover Hem gaan staan en zeggen: "Dat kan ik niet doen." God zal ons niet disciplineren; wij moeten onszelf disciplineren. God zal niet iedere gedachte en verbeelding in gevangenschap brengen; wij moeten dat doen. Zeg niet: "O Heer, ik lijd aan afdwalende gedachten." Lijd niet aan afdwalende gedachten. Houd op te luisteren naar de tirannie van uw individualiteit en word daaruit tot persoonlijkheid bevrijd.
"Als de Zoon u vrijmaakt ..." Vervang "Zoon" niet door "Redder". De Redder bevrijdt ons van zonde; dit is de vrijheid van door de Zoon vrijgemaakt zijn. Dit bedoelt Paulus in Galaten 2:20: "Ik ben met Christus gekruisigd"; zijn natuurlijke individualiteit is gebroken en zijn persoonlijkheid met zijn Heer verenigd — niet samengesmolten, maar verenigd. "U zult werkelijk vrij zijn": vrij in wezen, vrij van binnenuit. Wij willen op energie aandringen, in plaats van door energie tot vereenzelviging met Jezus gebracht te worden.