NOG ALTIJD MENSELIJK!
“Wat u ook doet, doe alles tot Gods heerlijkheid.”
1 Korinthiërs 10:31
Het grote wonder van de Menswording glijdt het gewone kinderleven binnen; het grote wonder van de Gedaanteverandering verdwijnt in het door duivelen bezeten dal; de heerlijkheid van de Opstanding daalt af tot een ontbijt aan de zeekust. Dit is geen anticlimax, maar een grote openbaring van God.
De neiging is in onze ervaring naar het wonderbaarlijke te zoeken; wij zien het besef van het heldhaftige aan voor helden-zijn. Het is één ding op grootse wijze door een crisis heen te gaan, maar iets anders iedere dag door te gaan terwijl wij God verheerlijken, wanneer er geen getuige is, geen voetlicht, niemand die ook maar de geringste aandacht aan ons schenkt. Als wij geen middeleeuwse aureolen willen, willen wij wel iets wat mensen zal doen zeggen: "Wat een wonderbare man van gebed is hij!" "Wat een vrome, toegewijde vrouw is zij!" Als u in de juiste toewijding aan de Heer Jezus staat, hebt u de verheven hoogte bereikt waarop nooit iemand eraan denkt u op te merken; alles wat wordt opgemerkt is dat Gods macht voortdurend door u heen komt.
"O, ik heb een wonderbare roeping van God ontvangen!" Er is de almachtige, in ons mensgeworden God voor nodig om de nederigste plicht tot Gods heerlijkheid te doen. Er is Gods Geest in ons voor nodig om ons zo volkomen menselijk de Zijnen te maken dat wij volstrekt onopgemerkt zijn. De toets van het leven van een heilige is niet succes, maar trouw in het menselijke leven zoals het werkelijk is. Wij willen succes in christelijk werk tot doel stellen; het doel is Gods heerlijkheid in het menselijke leven te openbaren, het met Christus in God verborgen leven in menselijke omstandigheden te leven. Onze menselijke verhoudingen zijn de daadwerkelijke omstandigheden waarin het ideale leven van God tentoongesteld moet worden.