DE WERKWIJZE VAN ZENDING
“Ga daarom heen, en onderwijs (maak tot discipelen) alle volken.”
Mattheüs 28:19
Jezus Christus zei niet — ga heen en red zielen (de redding van zielen is het bovennatuurlijke werk van God), maar — "Ga heen en onderwijs," d.w.z., maak, "alle volken," tot discipelen en u kunt geen discipelen maken tenzij u zelf een discipel bent. Toen de discipelen van hun eerste zending terugkwamen waren zij met vreugde vervuld omdat de duivelen hun onderworpen waren, en Jezus zei — verheug u niet over succesvolle dienst; het grote geheim van vreugde is dat u in de juiste verhouding tot Mij staat. Het grote noodzakelijke vereiste voor de zendeling is dat hij Gods roeping trouw blijft, en beseft dat zijn ene doel is mannen en vrouwen tot discipelen van Jezus te maken. Er bestaat een hartstocht voor zielen die niet uit God ontspringt, maar uit de begeerte bekeerlingen voor ons oogpunt te maken.
De uitdaging voor de zendeling ligt niet langs de lijn dat mensen moeilijk gered kunnen worden, dat teruggevallenen moeilijk teruggewonnen kunnen worden, of dat er een klomp gevoelloze onverschilligheid is; zij ligt langs de lijn van zijn eigen persoonlijke verhouding tot Jezus Christus. "Gelooft u dat Ik dit kan doen?" Onze Heer stelt die vraag voortdurend, zij staat tegenover ons in ieder afzonderlijk geval dat wij ontmoeten. De ene grote uitdaging is — ken ik mijn opgestane Heer? Ken ik de macht van Zijn inwonende Geest? Ben ik wijs genoeg in Gods oog, en dwaas genoeg volgens de wereld, om te bankieren op wat Jezus Christus heeft gezegd[1], of verlaat ik de grote bovennatuurlijke positie, die de enige roeping voor een zendeling is, nl., grenzeloos vertrouwen in Christus Jezus? Als ik enige andere werkwijze kies wijk ik geheel af van de werkwijzen die Onze Heer heeft vastgelegd — "Mij is alle macht gegeven..., ga daarom heen."