HET ‘GA’ VAN VERZAKING
“Heer, ik zal U volgen waar U ook heengaat.”
Lukas 9:57
De houding van Onze Heer tegenover deze mens is er een van strenge ontmoediging, omdat Hij wist wat in de mens was. Wij zouden hebben gezegd: "Stel u voor dat wij de gelegenheid verliezen die mens te winnen!" Stel u voor dat wij een noordenwind om hem heen brengen die hem bevroor en hem "ontmoedigd deed weggaan"! Bied nooit uw verontschuldigingen voor uw Heer aan. De woorden van de Heer doen pijn en geven aanstoot totdat er niets meer over is om pijn te doen of aanstoot te geven. Jezus Christus heeft volstrekt geen tederheid jegens iets wat een mens uiteindelijk in de dienst van God zal verderven. De antwoorden van Onze Heer zijn niet op willekeur gegrond, maar op kennis van wat in de mens is. Als de Geest van God een woord van de Heer in uw verstand brengt dat u pijn doet, kunt u er zeker van zijn dat er iets is wat Hij ten dode wil pijnigen.
Vers 58. Deze woorden slaan het hart uit het dienen van Jezus Christus omdat het mij behaagt. De strengheid van de afwijzing laat niets over dan mijn Heer, mijzelf en een hopeloze hoop. "Laat het honderdvoudige komen of gaan; uw leidstar moet uw verhouding tot Mij zijn, en Ik heb nergens om Mijn hoofd neer te leggen."
Vers 59. Deze mens wilde Jezus niet teleurstellen en zijn vader geen pijn doen. Wij stellen gevoelige trouw aan verwanten in de plaats van trouw aan Jezus Christus, en Jezus moet de laatste plaats innemen. Gehoorzaam in een conflict van trouw ten koste van alles aan Jezus Christus.
Vers 61. Degene die zegt: "Ja, Heer, maar ..." is degene die vurig gereed is, maar nooit gaat. Deze mens had één of twee voorbehouden. De veeleisende roep van Jezus Christus heeft geen marge voor afscheid, want afscheid, zoals het dikwijls wordt gebruikt, is heidens, niet christelijk. Zodra de roep van God komt, begin te gaan en houd nooit op te gaan.