BESTEMMING VAN HEILIGHEID
“U zult heilig zijn, want Ik ben heilig.”
1 Petrus 1:16 (RV)
Zeg voortdurend opnieuw tegen uzelf wat het doel van uw leven is. Het bestemde einde van de mens is niet geluk en ook niet gezondheid, maar heiligheid. Tegenwoordig hebben wij veel te veel affiniteiten; wij worden erdoor verstrooid — rechte, goede, edele affiniteiten die eens hun vervulling zullen hebben, maar die God intussen moet laten verschrompelen. Het enige wat ertoe doet, is of een mens de God zal aanvaarden Die hem heilig zal maken. Ten koste van alles moet een mens in de juiste verhouding tot God staan.
Geloof ik dat ik heilig moet zijn? Geloof ik dat God in mij kan komen en mij heilig kan maken? Als u mij door uw prediking overtuigt dat ik onheilig ben, neem ik uw prediking kwalijk. De prediking van het Evangelie wekt een intense wrevel, omdat zij moet openbaren dat ik onheilig ben; maar zij wekt ook een intens verlangen. God heeft voor de mensheid één bestemd einde, namelijk heiligheid. Zijn ene doel is het voortbrengen van heiligen. God is geen eeuwige zegenmachine voor mensen; Hij kwam niet om mensen uit medelijden te redden. Hij kwam om mensen te redden omdat Hij hen had geschapen om heilig te zijn. De Verzoening betekent dat God mij door de Dood van Jezus Christus kan terugbrengen in volmaakte eenheid met Hemzelf, zonder een schaduw ertussen.
Duld door sympathie met uzelf of met anderen nooit enige praktijk die niet met een heilige God overeenstemt. Heiligheid betekent onbezoedeld wandelen met de voeten, onbezoedeld spreken met de tong, onbezoedeld denken met het verstand — ieder detail van het leven onder Gods nauwlettend onderzoek. Heiligheid is niet alleen wat God mij geeft, maar wat ik openbaar dat God mij heeft gegeven.