AARD EN DADEN
“Als uw gerechtigheid die van de schriftgeleerden en farizeeën niet overtreft, zult u geenszins het Koninkrijk der hemelen binnengaan.”
Mattheüs 5:20
Het kenmerk van een discipel is niet dat hij goede dingen doet, maar dat hij goed is in zijn beweegreden, omdat hij door de bovennatuurlijke genade van God goed is gemaakt. Het enige wat recht-doen overtreft, is recht-zijn. Jezus Christus kwam om in ieder mens die Hem dat wilde toestaan een nieuwe erfelijkheid te leggen die de gerechtigheid van de schriftgeleerden en farizeeën zou overtreffen. Jezus zegt: als u Mijn discipel bent, moet u niet alleen recht zijn in uw leven, maar ook in uw beweegredenen, in uw dromen, in de schuilhoeken van uw denken. U moet in uw beweegredenen zo rein zijn dat de almachtige God niets ziet om te berispen. Wie kan in het Eeuwige Licht van God staan en niets hebben wat God kan berispen? Alleen de Zoon van God; en Jezus Christus maakt er aanspraak op dat Hij door Zijn Verlossing in ieder mens Zijn eigen aard kan leggen en hem even onbezoedeld en eenvoudig als een kind kan maken. De reinheid die God eist, is onmogelijk tenzij ik vanbinnen opnieuw kan worden gemaakt, en dat is wat Jezus door Zijn Verlossing op Zich heeft genomen te doen.
Geen mens kan zichzelf rein maken door wetten te gehoorzamen. Jezus Christus geeft ons geen regels en voorschriften; Zijn onderwijzingen zijn waarheden die alleen kunnen worden uitgelegd door de aard die Hij inlegt. Het grote wonder van de redding van Jezus Christus is dat Hij de erfelijkheid verandert. Hij verandert de menselijke natuur niet; Hij verandert haar aandrijfveer.