HET WONDER VAN GELOOF
“Mijn spreken en mijn prediking waren niet met verleidelijke woorden.”
1 Korinthiërs 2:1-5
Paulus was een geleerde en redenaar van de eerste rang; hij spreekt niet vanuit kruiperige nederigheid, maar zegt dat hij de kracht van God zou versluieren als hij bij de prediking van het Evangelie indruk op mensen maakte met zijn "voortreffelijkheid van spreken". Geloof in Jezus is een wonder dat uitsluitend wordt voortgebracht door de werkzaamheid van de Verlossing, niet door indrukwekkend spreken, niet door het hof te maken en te winnen, maar door de loutere, niet-ondersteunde kracht van God. De scheppende kracht van de Verlossing komt door de prediking van het Evangelie, maar nooit wegens de persoonlijkheid van de prediker. Het werkelijke vasten van de prediker is niet zich onthouden van voedsel, maar veeleer van welsprekendheid, van indrukwekkendheid en verfijnde woordkeus, van alles wat zou kunnen verhinderen dat het Evangelie van God wordt voorgesteld. De prediker staat er als vertegenwoordiger van God — "alsof God u door ons smeekte". Hij staat er om het Evangelie van God voor te stellen. Als mensen alleen vanwege mijn prediking verlangen beter te zijn, zullen zij nooit ook maar in de buurt van Jezus Christus komen. Alles wat mij bij mijn prediking van het Evangelie vleit, zal er uiteindelijk toe leiden dat het mij tot een verrader van Jezus maakt; ik verhinder de scheppende kracht van Zijn Verlossing haar werk te doen.
"En Ik, als Ik verhoogd word ... zal allen tot Mij trekken."