DE GEESTELIJKE LUIAARD
“Laten wij op elkaar letten om tot liefde en goede werken aan te sporen, en onze onderlinge bijeenkomst niet nalaten.”
Hebreeën 10:24-25
Wij zijn allen in staat geestelijke luiaards te zijn; wij willen ons niet mengen in het ruwe gedrang van het leven zoals het is, ons enige doel is afzondering veilig te stellen. De toon die in Hebreeën 10 wordt aangeslagen, is elkaar aansporen en bijeenblijven — beide vereisen initiatief, het initiatief van Christus-verwerkelijking, niet van zelfverwerkelijking. Een afgelegen, teruggetrokken, afgezonderd leven leiden, is de tegenpool van de spiritualiteit zoals Jezus Christus die onderwees.
De toets van onze geestelijkheid komt wanneer wij tegenover onrecht, gemeenheid, ondankbaarheid en beroering komen te staan, die alle de neiging hebben ons tot geestelijke luiaards te maken. Wij willen gebed en Bijbellezen gebruiken met het oog op afzondering. Wij benutten God om vrede en vreugde te verkrijgen; dat wil zeggen, wij willen Jezus Christus niet verwerkelijken, maar alleen ons genot van Hem. Dit is de eerste stap in de verkeerde richting. Al deze dingen zijn gevolgen en wij proberen ze tot oorzaken te maken.
"Ik acht het gepast", zei Petrus, "... u door herinnering op te wekken." Het is een uiterst verstorende zaak in de ribben geslagen te worden door een aanspoorder van God, door iemand die vol geestelijke werkzaamheid is. Actief werk en geestelijke werkzaamheid zijn niet hetzelfde. Actief werk kan de namaak van geestelijke werkzaamheid zijn. Het gevaar van geestelijke luiheid is dat wij niet opgewekt willen worden; het enige waarover wij willen horen, is geestelijke afzondering. Jezus Christus moedigt het denkbeeld van afzondering nooit aan: "Ga, vertel Mijn broeders ..."