DAAR KOMEN
“Meester, waar woont U?... Kom en zie." "Kom met Mij mee.”
Johannes 1:39
"Zij verbleven die dag bij Hem". Dat is ongeveer alles wat sommigen van ons ooit doen, dan ontwaken wij tot de werkelijkheden, eigenbelang ontstaat en het blijven is voorbij. Er is geen levensomstandigheid waarin wij niet in Jezus kunnen blijven.
"U bent Simon, U zult Kefas genoemd worden". God schrijft de nieuwe naam alleen op die plaatsen in ons leven waar Hij de trots en zelfgenoegzaamheid en eigenbelang heeft gewist. Sommigen van ons hebben de nieuwe naam alleen in vlekken, als geestelijke mazelen. In gedeelten zien wij er goed uit. Als wij onze beste geestelijke stemming hebben, zou u denken dat wij zeer hooggestemde heiligen zijn; maar kijk niet naar ons als wij niet in die stemming zijn. De discipel is iemand op wie overal de nieuwe naam geschreven staat; eigenbelang en trots en zelfgenoegzaamheid zijn geheel weggevaagd.
Trots is de vergoddelijking van het zelf, en dit is tegenwoordig bij sommigen van ons niet van de orde van de Farizeeër, maar van de tollenaar. Om te zeggen: "O, ik ben geen heilige", is aanvaardbaar voor menselijke trots, maar het is onbewuste godslastering tegenover God. Het betekent letterlijk dat u God uitdaagt om u een heilige te maken, "Ik ben veel te zwak en hopeloos; ik val buiten het bereik van de Verzoening." Nederigheid tegenover mensen kan onbewuste godslastering tegenover God zijn. Waarom bent u geen heilige? Ofwel u wilt geen heilige zijn, ofwel u gelooft niet dat God u tot een heilige kan maken. Het zou in orde zijn, zegt u, als God u redde en u rechtstreeks naar de hemel meenam. Dat is precies wat Hij zal doen! "Wij zullen tot hem komen en bij hem woning maken." Stel geen voorwaarden; laat Jezus alles zijn, en Hij zal u niet slechts voor een dag, maar voor altijd met Zich meenemen naar huis.