ZOU DIT VAN MIJ WAAR KUNNEN ZIJN?
“Maar geen van deze dingen beweegt mij; ook acht ik mijn leven mijzelf niet dierbaar.”
Handelingen 20:24
Het is gemakkelijker God te dienen zonder een visioen, gemakkelijker voor God te werken zonder een roeping, want dan hebt u geen last van wat God verlangt; het gezonde verstand is uw gids, met een vernislaag van christelijk gevoel. U zult voorspoediger en succesvoller, onbekommerder zijn als u de roeping van God nooit beseft. Maar als u eenmaal een opdracht van Jezus Christus ontvangt, zal de herinnering aan wat God wil altijd als een prikkel komen; u zult niet langer voor Hem kunnen werken op de grondslag van het gezonde verstand.
Wat acht ik werkelijk dierbaar? Als Jezus Christus mij niet in Zijn greep heeft gekregen, zal ik de dienst dierbaar achten, de aan God gegeven tijd dierbaar, mijn leven mijzelf dierbaar. Paulus zegt dat hij zijn leven alleen dierbaar achtte om de bediening die hij had ontvangen te kunnen volbrengen; hij weigerde zijn kracht voor iets anders te gebruiken. Handelingen 20:24 verwoordt Paulus' bijna verheven ergernis wanneer hem wordt gevraagd rekening met zichzelf te houden; hij stond volkomen onverschillig tegenover iedere overweging behalve het volbrengen van de bediening die hij had ontvangen. Praktisch werk kan een mededinger van overgave aan God zijn, want praktisch werk berust op dit argument: bedenk eens hoe nuttig u hier bent, of: bedenk hoeveel u in dat bepaalde soort werk waard zou zijn. Die houding stelt niet Jezus Christus als Gids voor waarheen wij moeten gaan, maar ons eigen oordeel over waar wij het nuttigst zijn. Overweeg nooit of u nuttig bent; overweeg altijd dat u niet uzelf toebehoort, maar Hem.