DE ALLESOVERHEERSENDE RICHTING
“Ik ben aan u verschenen met dit doel.”
Handelingen 26:16
Het visioen dat Paulus op de weg naar Damascus kreeg was geen voorbijgaande emotie, maar een visioen met zeer duidelijke en nadrukkelijke aanwijzingen voor hem, en hij zegt, "Ik ben het hemelse visioen niet ongehoorzaam geweest." Onze Heer zei, in feite, tegen Paulus — Uw hele leven moet door Mij worden overheerst; u mag geen doeleinde, geen mikpunt, en geen voornemen hebben dan het Mijne. "Ik heb hem uitgekozen."
Wanneer wij wedergeboren zijn krijgen wij allen, als wij ook maar enigszins geestelijk zijn, visioenen van wat Jezus wil dat wij worden, het belangrijkste ding is dat wij leren het visioen niet ongehoorzaam te zijn, en niet te zeggen dat het onbereikbaar is. Het is niet voldoende te weten dat God de wereld heeft verlost, en dat de Heilige Geest alles wat Jezus deed in mij effectief kan maken; ik moet de basis van een persoonlijke relatie met Hem bezitten. Paulus kreeg geen boodschap of leer om te verkondigen, hij werd binnengebracht in een levendige, persoonlijke, allesoverheersende relatie met Jezus Christus. Vers 16 is ontzaglijk gebiedend — "om u tot een dienaar en getuige te maken." Daarin is niets los van de persoonlijke relatie. Paulus was toegewijd aan een Persoon niet aan een zaak. Hij behoorde volkomen aan Jezus Christus toe, hij zag niets anders, en leefde voor niets anders. "Want ik had mij voorgenomen niets onder u te weten, dan Jezus Christus, en Hem als gekruisigd."